| |
Toetsingscriteria
Om te voorkomen dat de term vrijwilligerswerk te pas en te onpas wordt opgeplakt zijn er toetsingscriteria ontwikkeld. Deze worden door uitkerende- en andere overheidsinstanties gehanteerd om uit te maken of een activiteit behoort tot vrijwilligerswerk of dat het gaat om werk dat eigenlijk betaald zou moeten worden. Maatschappelijke opvattingen en veranderingen binnen het reguliere vrijwilligerswerk kunnen ertoe bijdragen dat er verschuivingen plaatsvinden. De vacature wordt aan de volgende eisen getoetst:
Verzekeringen en vergoedingen
Er dient minimaal een WA-verzekering zijn. Bij risicovolle activiteiten wordt ook een ongevallenverzekering gevraagd. Bij autorijden tijdens het vrijwilligerswerk is een auto- inzittendenverzekering noodzakelijk.
Functie-eisen
Geen opleidingseisen (behalve indien noodzakelijk rijbewijs of EHBO-diploma), vrijwilligerswerk dient voor een grote groep mensen toegankelijk te zijn. Dit betekent niet dat er geen vaardigheidseisen gesteld kunnen worden. Bij ervarings-, sekse- en leeftijdseisen moet de reden hiervoor acceptabel zijn.
Begeleiding en overleg
Een vast contactpersoon biedt ondersteuning en begeleiding, er wordt een inwerkperiode afgesproken. Er dient een mogelijkheid te zijn voor onderling overleg met andere vrijwilligers en (eventuele) beroepskrachten over het werk.
Taakomschrijving
Het takenpakket van de vrijwilliger dient duidelijk omschreven te zijn, evenals de afbakening in taken en verantwoordelijkheden tussen beroepskracht en vrijwilliger.
Tijdsduur
De organisatie mag maximaal 20 uur inzet vragen van de vrijwilliger (per week). De vrijwilliger kan uiteraard zelf bepalen of zij/hij meer uren wil werken.
Uitsluitingen
Er wordt niet bemiddeld voor profit-organisaties. Er wordt niet bemiddeld voor privé personen (privé personen kunnen hun vraag stellen bij een vrijwilligersorganisatie). Het vrijwilligerswerk moet aanvullend zijn en mag niet het karakter van onbetaalde arbeid hebben.
|
|